Fietsen over de Vías Verdes

Vías Verdes betekent letterlijk de groene wegen, maar het zijn oude, afgedankte en vergeten spoorwegen uit de roerige vorige eeuw. In totaal ligt er in Spanje 2.700 km spoorlijn dat is omgetoverd tot fiets- en wandelpaden. De paden zijn redelijk vlak, goed onderhouden en leuk voor alle leeftijden. Afgelopen zomer hebben wij met het gezin een van de routes op de fiets verkend. 

De Vía Verde Val de Zafan is een bijzonder fietspad dwars door Aragon en Catalonië. Het ligt op de plek waar vroeger de spoorlijn liep van Pueblo de Hijar naar Sante Carles de Rapita. De route gaat dwars door een afwisselend landschap. Je komt er van alle tegen: prairie-achtige velden, wijnranken, olijfbomen, diepe valleien, naaldbossen en prachtige rotsen. Onderweg kom je langs gerenoveerde stationnetjes met een gezellige bar of B&B, oude dorpjes met een levendig dorpsplein en overal eet je heerlijke tapas. Na zo’n 200 km eindig je aan de kust in een groene oase van rijstvelden met zwarte ibissen en flamingo’s. 

Wat bleek, het was de heetste zomer ooit in Europa, zo ook in Spanje. Een gemiddelde temperatuur van 35 graden was heel normaal. Maar we hebben het volgehouden, het was te leuk om te doen. In totaal hebben we 5 dagen over de Vía Verde Val de Zafan gedaan. 

Dag 1: Van Puebla de Hijar naar Alcañiz: 35 KM
Het startpunt ligt vlakbij bij het oude station in Puebla de Hijar, een klein dorpje in het vlakke achterland van Aragón. Het is even zoeken naar de juiste routeaanduiding in deze prairie- achtige omgeving. Schaarse begroeiing, een stenig fietspad, vervallen stationnetjes en af en toe een olijfboom om even uit te rusten in de schaduw van de takken. Stiekem stijgen we 150 meter, niet niks als je uit het vlakke Holland komt.

Horeca is er niet op dit deel van de route. Gelukkig hebben we goed gevulde fietstassen met water, fruit en een rijke picknick. Onder het viaduct “El Punte la Torica” is het goed toeven voor de eerste break. Rond 15.00 uur naderen we het middeleeuwse Alcañiz. Het vooruitzicht van een koel zwembad wordt steeds aantrekkelijker. Ons onderkomen ligt 5 minuten buiten de stad. De zeer gastvrije eigenaar José Luis ontvangt de vermoeide Hollandse fietsers. De fietsen mogen naar binnen en de tafel wordt speciaal voor ons gedekt. Fietskleding in de was en wij plonzen moe maar voldaan in het verkoelende zwembad.

Dag 2: van Alcañiz naar Cretas: 43 km
De volgende dag staat Cretas op de planning, ongeveer 40 kilometer waarbij we zo’n 300 meter stijgen naar een hoogte 614 meter. Onderweg wordt het landschap langzaam afwisselender met meer groen en meer schaduw. De vele tunnels – goede verlichting is geen overbodige luxe - zijn een welkome en koele beschutting tegen de hete zon. Onderweg passeren we La Parada del Compte, een oud treinstation dat is omgebouwd tot een luxehotel. Nu fietsen we afwisselend door pijnboombossen, langs steeneiken en wijngaarden in de regio “El Sarmentero”. Het laatste stuk naar Cretas is een feest. Na de klim dalen we af naar onze overnachtingsplek, een oud ‘Estacion’ verbouwd tot herberg. Met als verassing een zwembad en koud bier! Cretas is een leuk dorp met nauwe straatjes, huizen met dikke muren en een dorpsplein met waterpomp waar de lokale kinderen zich vermaken. Met een cava of een witte wijn uit de streek is het er prima toeven!

Dag 3: van Cretas naar Benifallet: 35 km
Richting Benifallet is het alleen maar afdalen. Hoe fijn is dat! De stemming is opperbest, we genieten van dit fietsavontuur. We zijn nu in de regio Terra Alta in Catalonië en dit deel van de route is beter bewegwijzerd. De uitzichten worden steeds spectaculairder met grotere hoogteverschillen. Tunnels afgewisseld met aquaducten over droge rivieren. Het imponerende rotsmassief Santa Barbara doemt op en in het plaatsje Bot staat een oude treinwagon die nu dienstdoet als cafetaria. 

Ingebed tussen de bergen van de Mola en Crestall ligt La Fontcalda. Een heiligdom, verstopt onder eiken, pijnbomen en kalkstenen kliffen en natuurlijke spa met een geneeskrachtige bron. Het ondiepe, maar koude water van rivier de Canaletes is een heerlijke plek om even te rusten en te picknicken. Het laatste stukje van de afdaling wacht ons nóg een verrassing. Een Frans gezin is aan het turen en het wijzen. Ze hebben een koppel vale gieren gespot die af en aan vliegen, waarschijnlijk naar hun nest met jongen. Prachtig om te zien hoe ze zweven op de thermiek en zich vrij rond bewegen in de lucht. 

Estacíon Benifallet is een verbouwd station op de route met een schaduwrijk terras, een heerlijke, biologische keuken en fijne kamers. Het dorpje ligt op 20 minuten fietsen. In de zomer organiseren ze hier muziekavonden onder de sterrenhemel.

Dag 4: Benifallet-Tortosa: 32 km
Vandaag dalen we af met nog maar 50 hoogte meters. Daar draaien we onze hand niet meer voor om! We fietsen langs de Ebro, een brede rivier die vooral wordt gebruikt voor waterkrachtcentrales aangezien het waterpeil voor de binnenvaart te variabel is. De oude dam In Xerta, gebouwd in het jaar 944 en uitgebreid in de 15eeeuw om de Ebro te splitsen, is prachtig om te zien. In Xerta en ook in Aldover zijn de oude Estacions omgebouwd tot horeca met een heerlijk terrasje. De laatste kilometers naar Tortosa zijn nog even zwaar, de vermoeidheid begint zijn tol te eisen. Maar daar doemt de rode brug op die als een rode loper de toegang tot de stad aanbiedt. En daarboven op de berg ligt onze luxe Parador voor deze nacht. In de late middag genieten we volgens Spaans gebruik de lunch in de oude ridderzaal, met obers in driedelig pak en zilveren deksel op de borden. We hebben ons maar even omgekleed voor al deze luxe. Op het dak kan je zwemmen in een prachtig groot zwembad.

Dag 5: Tortosa- Sant Carles de Ràpita: 30 km
De laatste dag fietsen we naar St. Carles de Rapita, officieel is de spoorlijn hier nooit meer aangelegd maar deze was wel gepland. De route voert langs een kilometerslang en smal kanaal, over heerlijke gravel (fiets)paden. Onderweg komen we nog door het historische Amposta, met een look-a -like van de Towerbridge van Londen.

De laatste kilometers gaan door een groene oase van rijstvelden. Zwarte ibissen vliegen op als we voorbijkomen, flamingo’s staan trots op één been en de uitzichten zijn weids in deze Ebro delta. Sant Carles de Ràpita is opnieuw een leuke verrassing, een traditionele gezellige Spaanse bad- en vissersplaats met veel buitenleven, volle terrassen en uitgestrekte en rustige stranden waar je met de auto op mag rijden. En in deze rijstomgeving moet je natuurlijk paella eten!

Wij hebben genoten van dit fietsavontuur. Je kunt deze fietstocht goed zelf organiseren. Op de website xxxx vind je alle gegevens over fietshuur, transfers en leuke slaapplekken. Ga je liever georganiseerd? Dat kan met een van de aangeboden pakketten.