Sevilla: stad van flamenco en tapas

Om maar meteen met een tip te beginnen: Sevilla bezoek je het beste in het voor- en najaar of in de winter. ’s Zomers is het er erg warm, té warm voor een stedentrip, en in augustus zal je weinig Spanjaarden tegenkomen, want die gaan dan allemaal naar zee. Maar buiten het zomerseizoen is het er heerlijk. Ik was in december in Sevilla, de timing was perfect!

Op de fiets
Voor de eerste ochtend had ik vanuit Nederland al een fietstour van Sevilla Sights geboekt. Voor mij is dat dé manier om een stad snel te leren kennen. Eigenaresse Dolores is Spaans, maar opgegroeid in Eindhoven, dus met een onvervalste zachte G, loodst ze je door de leukste straten en buurtjes van de stad. Het beste kun je je met de taxi (die zijn in Spanje echt niet duur) bij het beginpunt in de wijk Triana - aan de andere kant van de Gualdalquivir - laten afzetten. Vanaf daar ga je op je Hollandse Cortina fiets eerst door deze van oudsher Moorse volkswijk die het centrum is van de keramiek en de flamenco. Nadat je de rivier – Napoleon vertrok hier ooit in opdracht van de Spaanse koningin Isabel richting de VS - weer bent overgestoken kom je in het oude centrum. Hier vind je de belangrijkste bezienswaardigheden. Dolores lijkt wel een wandelende encyclopedie. Ze vertelt veel over de geschiedenis van Sevilla en kan op al je vragen antwoord geven. Ook leer je meer over mudejar, een bouwstijl die een mix is van Moors en Christen en die je alleen in Spanje tegenkomt. Dolores neemt je mee naar het Alcazar, de kathedraal, de Joodse wijk, laat je de lekkerste nougat proeven en fietst natuurlijk langs het bijzondere Metropol Parasol. De tour eindigt na drie uur bij het immense Plaza de España, dat in 1929 werd ontworpen voor de Expo. Het plein is 200 meter breed, heeft een kanaal en vier bruggetjes die toegang geven tot de galerijen. Hier staan in keramiek de 52 provincies uitgebeeld. Na deze fietstocht ben je prima in staat de stad op eigen houtje te ontdekken. www.sevillasights.com.


waar moet je heen:  
Natuurlijk ga je naar het Real Alcázar de Sevilla. Het is een van de oudste koninklijke paleizen in Europa en nog steeds in gebruik als de Spaanse koning in Sevilla verblijft. Hoewel het paleis invloeden heeft uit de middeleeuwen, renaissance, barokke tijd is het vooral een overblijfsel van de Moren. Je raakt niet uitgekeken: de bogen, de tegeltjes en ook de tuin zijn prachtig. Neem de tijd en boek je tickets vooraf, anders begin je je dag in een lange rij. www.alcazarsevilla.org.

2.     Een andere klassieker is de kathedraal met de 104 meter hoge klokkentoren de Giralda. Het is het grootste gotische kerkgebouw en vanaf de toren heb je prachtig uitzicht over de stad. Ben je er in december, dan kun je ook de kerststal bewonderen. Iets verderop is de kerstmarkt met tientallen stalletjes om je eigen kerststal te kopen. Wat bij ons de kerstboom is, is hier de kerststal: een waar pronkstuk en verkrijgbaar in alle prijsklassen. www.cathedralsevilla.es.

3.     Over de Metropol Parasol hadden we het al. Het ligt midden in de wijk La Encarnación. Dat was een beetje een verloren deel van de stad en de gemeente hoopte met een bijzonder bouwwerk de wijk een impuls te geven. Dat was tenslotte in Bilbao en Valencia ook gelukt. Mooi of niet, het is leuk om op dit enorme houten bouwwerk te lopen en van het uitzicht te genieten. De wijk is er zeker van opgeknapt. www.setasdesevilla.com.

4.     Loop je van Metropol Parasol naar Plaza de Alfalfa dan kom je in het hippe wijkje Soho Benita waar je goed kunt shoppen. Een van de winkels daar is Isadora (je weet wel van de paradijsvogel uit de Fabeltjeskrant). Een leuke concept store met kleding en hebbedingen.

Niet te missen: als je hier toch bent, ga dan naar een echte authentieke flamencoshow. Het beste vraag je in de wijk Tirana waar je die avond naar toe kunt gaan.

5.    

 

 

 

 

 

mix & match

ook leuk